Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:987.
De beëindiging van het bestaan van Yukos Oil heeft plaatsgevonden nadat de Russische rechter het faillissement van Yukos Oil heeft beëindigd en nadat de curator dit vonnis heeft ingeschreven in het daartoe bestemde Russische register (zie hierboven onder 1.5). Strikt genomen is daarmee de beëindiging van het bestaan van Yukos Oil niet een rechtsgevolg van het faillissement, maar van de opheffing daarvan. Ik meen dat een dergelijk onderscheid wel erg subtiel is te noemen, zodat ik daaraan voorbijga. Zou de beëindiging van het bestaan van Yukos Oil als een rechtsgevolg van het in Rusland uitgesproken faillissement worden gezien, dan is daarmee niet gezegd dat dit een rechtsgevolg is dat in Nederland niet kan worden ingeroepen in de zin van regel (b) van het hierboven geciteerde arrest van Hoge Raad, voor zover dit rechtsgevolg ertoe zou leiden dat onvoldane crediteuren zich niet meer kunnen verhalen op de in Nederland gelegen vermogensbestanddelen van de gefailleerde. In de genoemde regel (b) is een nadere precisering opgenomen van de territoriale werking van een in het buitenland uitgesproken faillissement. Geldt tussen Nederland en het land waar het faillissement is uitgesproken geen verdrag of verordening op grond waarvan de erkenning van faillissementen is geregeld, dan heeft volgens regel (a) van het arrest een dergelijk buitenlands faillissement territoriale werking. Deze territoriale werking houdt ook in, aldus regel (b), dat de rechtsgevolgen die aan het buitenlandse faillissement worden verbonden, in Nederland niet kunnen worden ingeroepen voor zover zij ertoe zouden leiden dat onvoldane crediteuren zich niet meer kunnen verhalen op – tijdens of na afloop van het faillissement – in Nederland aanwezige vermogensbestanddelen van de (voormalige) gefailleerde. In regel (c) geeft de Hoge Raad aan dat het territorialiteitsbeginsel aan de werking in Nederland van andere gevolgen van een buitenlands faillissement niet in de weg staat. In rov. 3.2.2 van het aangehaalde arrest wordt regel (b) nader geëxpliciteerd. Om regel (b) tot zijn recht te laten komen is het voldoende ‘dat, zolang tijdens of na afloop van het faillissement vermogensbestanddelen toebehorend aan de (voormalige) gefailleerde in Nederland zijn, onvoldane schuldeisers zich daarop kunnen verhalen’, maar regel (b) gaat niet zover dat die vermogensbestanddelen geheel buiten de normale afwikkeling van het faillissement zouden moeten blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e38cf82644287eef1dafa14b2d4bbe063c7081995245a4a5c32916e8c4c83be2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e38cf82644287eef1dafa14b2d4bbe063c7081995245a4a5c32916e8c4c83be2, en de alinea staat in dat document op bytes 22438 tot 24973.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e38cf82644287eef1dafa14b2d4bbe063c7081995245a4a5c32916e8c4c83be2 | shasum -a 256