Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:987.

De toepassing van regel (b) leidt ertoe dat de onvoldane crediteuren verhaal kunnen nemen op het in Nederland gelegen vermogen van de (voormalige) gefailleerde. Een onvoldane crediteur is gerechtigd in Nederland de nodige rechtsmaatregelen tegen zijn (in het buitenland failliet verklaarde) debiteur te nemen en de mogelijkheden te benutten die het Nederlandse recht biedt voor het verhaal op het in Nederland gelegen vermogen van de debiteur. Maar gaat het territorialiteitsbeginsel zover dat in Nederland de beëindiging van het bestaan van de gefailleerde vennootschap volgens het op haar toepasselijke recht niet wordt aanvaard? Ik meen dat dit niet het geval is. Wanneer in Nederland de vennootschap nog wel als bestaand zou worden aangemerkt in het kader van procedures die onvoldane crediteuren entameren, zou dit aanleiding geven tot hinkende en schizofrene situaties. De door de Hoge Raad geformuleerde regel (b) gaat er naar mijn mening vanuit dat de (voormalig) gefailleerde nog moet bestaan op het moment dat de onvoldane crediteuren op het in Nederland gelegen vermogen verhaal nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e38cf82644287eef1dafa14b2d4bbe063c7081995245a4a5c32916e8c4c83be2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e38cf82644287eef1dafa14b2d4bbe063c7081995245a4a5c32916e8c4c83be2, en de alinea staat in dat document op bytes 25052 tot 26227.