Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015
Onder 3.5.2. Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:991.
Ook onder het nieuwe recht kan zich evenwel de situatie voordoen dat de verwekker die het kind wil erkennen zich geconfronteerd ziet met het feit dat het kind inmiddels met toestemming van de moeder door een ander is erkend. Blijkens de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 12 heeft de wetgever deze situatie onder ogen gezien, maar daarin geen aanleiding gevonden tot een verruiming van de mogelijkheden tot vernietiging van de erkenning. Met name is ervan afgezien de verwekker op te nemen in de limitatieve opsomming in art. 1:205 lid 1 BW van personen die gerechtigd zijn een verzoek in te dienen tot vernietiging van de erkenning. In de Nota naar aanleiding van het Verslag, Kamerstukken II 1996/97, 24 649, nr. 6, blz. 40, is dit als volgt toegelicht:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dec42eb7a5d0e0f8807a5a4b42f61298c6cde0f526de312c90810bb11460d17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dec42eb7a5d0e0f8807a5a4b42f61298c6cde0f526de312c90810bb11460d17, en de alinea staat in dat document op bytes 14432 tot 15206.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9dec42eb7a5d0e0f8807a5a4b42f61298c6cde0f526de312c90810bb11460d17 | shasum -a 256