Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015

Onder 3.5.2. Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:991.

‘De verwekker heeft immers de mogelijkheid om het kind, met vervangende toestemming van de rechter, te erkennen. Indien de verwekker van zijn mogelijkheid om het kind te erkennen geen gebruik heeft gemaakt, is er geen reden om hem achteraf de mogelijkheid te bieden de erkenning door een andere man te laten vernietigen. Die reden is er ook niet, indien de verwekker wel geprobeerd heeft het kind te erkennen, maar de moeder de toestemming heeft geweigerd en de rechter geen vervangende toestemming heeft verleend. Het geval dat overblijft, betreft de situatie dat de moeder toestemming tot erkenning weigert en wel toestemming geeft aan een ander tot erkenning, voordat de verwekker een procedure bij de rechter tot vervanging van de toestemming kan starten. Indien de rechter alsnog vervangende toestemming verleent, kan dit in dit geval leiden tot doorhaling van de latere erkenning (vergelijk voor een dergelijk geval, waarin de moeder misbruik maakte van de bevoegdheid toestemming tot de erkenning te weigeren en vervolgens het kind liet erkennen door een andere man, HR 20 december 1991, NJ 1991, 598).’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dec42eb7a5d0e0f8807a5a4b42f61298c6cde0f526de312c90810bb11460d17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dec42eb7a5d0e0f8807a5a4b42f61298c6cde0f526de312c90810bb11460d17, en de alinea staat in dat document op bytes 15218 tot 16345.