Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015

Onder 2.12. Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:991.

De toepassing in de praktijk van het in alinea 2.5 – 2.6 hiervoor beschreven onderscheid kan moeilijkheden opleveren wanneer de moeder van het kind de verwekker in onzekerheid laat over het antwoord op de vraag wie de verwekker is, of in onzekerheid laat over haar antwoord op het aan haar gedane verzoek om toestemming tot erkenning. Wanneer de moeder de aspirant-vader ‘aan het lijntje houdt’, zal deze niet onmiddellijk geneigd zijn een verzoek om vervangende toestemming bij de rechtbank in te dienen. Hoe dan ook, in het onderhavige geval is in de redenering van het hof geen sprake geweest van onzekerheid bij de man over het standpunt van de moeder: het hof spreekt in rov. 9 over een voor de man duidelijk standpunt van de moeder dat zij niet wilde dat hij de dochter zou erkennen. Dan geldt de in rov. 3.5.3 van de beschikking van de Hoge Raad van 12 november 2004 omschreven maatstaf. De rechtsklacht van onderdeel 1.a en de motiveringsklacht van onderdeel 1.b stuiten hierop af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dec42eb7a5d0e0f8807a5a4b42f61298c6cde0f526de312c90810bb11460d17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dec42eb7a5d0e0f8807a5a4b42f61298c6cde0f526de312c90810bb11460d17, en de alinea staat in dat document op bytes 29694 tot 30702.