Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015

Onder 2.21. Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:991.

Mede gelet op het feit dat het aantal huwelijken geleidelijk afneemt in verhouding tot het aantal gevallen waarin levenspartners ongehuwd samenwonen , wil ik de klacht in ruimer zin opvatten . Art. 8 EVRM beschermt niet alleen gezinsleven maar ook privéleven van personen tegen overheidsinmenging. Hierdoor komt ook een intended family life binnen het bereik van artikel 8 . Zoals gezegd, rust de stelplicht ten aanzien van de benodigde bijkomstige omstandigheden op de man. In rov. 13 is het hof tot de slotsom gekomen dat per saldo er onvoldoende aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en de dochter. Hieruit volgt dat het hof hééft onderzocht of de relatie tussen de man en de moeder in combinatie met de geboorte van de dochter uit die relatie een ‘ family life’ tussen de man en het kind heeft opgeleverd, maar die vraag ontkennend heeft beantwoord. De rechtsklacht van onderdeel 2.a faalt om deze reden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9dec42eb7a5d0e0f8807a5a4b42f61298c6cde0f526de312c90810bb11460d17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9dec42eb7a5d0e0f8807a5a4b42f61298c6cde0f526de312c90810bb11460d17, en de alinea staat in dat document op bytes 42155 tot 43408.