Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2016

Onder 1.4 Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1.

[verzoeker] c.s. gaan van de beschikking van de rechtbank in beroep bij het hof ’s-Hertogenbosch. Zij bestrijden het oordeel van de rechtbank inzake het niet van toepassing zijn van artikel 35 Wpb op de interne notities, die de persoonlijke gedachten van medewerkers van de verantwoordelijke bevatten en die uitsluitend bedoeld zijn voor intern overleg en beraad, en het daarmee verbonden oordeel over de stukken die niet onder het inzagerecht vallen. Rabobank voert verweer en maakt melding van een conclusie van Advocaat-Generaal Sharpston bij het Hof van Justitie EU d.d. 12 december 2013 in twee gevoegde zaken van Nederlandse herkomst, waarin de vraag speelt in hoeverre een document (‘minuut’), dat door een medewerker van de Immigratie- en Naturalisatiedienst is opgesteld en dat een advies over de verlening van een verblijfsvergunning met een juridische analyse inhoudt, valt onder het recht op inzage als geregeld in artikel 12 van de EG-richtlijn 95/46 waarop de Wpb is gebaseerd. ( ) In zijn tussenbeschikking d.d. 20 december 2014 besluit het hof de behandeling van de verzoeken van [verzoeker] c.s. aan te houden in afwachting van het arrest van het Hof van Justitie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/535b7811187fc422a08e48e1388d3e1cc1f170675e9a7640b2bf3f610a58709f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 535b7811187fc422a08e48e1388d3e1cc1f170675e9a7640b2bf3f610a58709f, en de alinea staat in dat document op bytes 10119 tot 11460.