Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2016

Onder 2.2.1 Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1.

De klacht slaagt niet. Hetgeen het hof in de rov. 7.12.1 t/m 7.12.3 overweegt, moet men bezien in het licht van zijn vaststelling in rov. 7.8 dat [verzoeker] c.s. de uitspraak van het Hof van Justitie aldus interpreteren dat er een recht bestaat op inzage in èlk stuk waarin persoonsgegevens zijn verwerkt en dat [verzoeker] c.s. dan ook van mening zijn dat Rabobank hen inzage moet geven in àlle in hun verzoekschrift genoemde bescheiden, de interne notities van medewerkers van Rabobank daaronder begrepen, voor zover daarin persoonsgegevens zijn verwerkt. Dat standpunt verwerpt het hof in de rov. 7.12.1 t/m 7.12.3. Voor wat artikel 12 aanhef en sub a EG-richtlijn 95/46 betreft doet het hof dat terecht, gelet op rov. 59 van de uitspraak van 17 juli 2014 van het Hof van Justitie. Maar ook voor artikel 35 Wbp geldt dat dat artikel niet zonder meer recht geeft op inzage in een (afschrift van een) stuk, waarin een persoonsgegeven is opgenomen. Zoals uit het hiervoor in 2.3 vermelde citaat uit rov. 3.6 van het Dexia-arrest van 29 juni 2007 blijkt, hangt het van de omstandigheden af of inzage dient te worden verleend in (een afschrift van) het stuk waarin een persoonsgegeven is opgenomen. ( )

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/535b7811187fc422a08e48e1388d3e1cc1f170675e9a7640b2bf3f610a58709f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 535b7811187fc422a08e48e1388d3e1cc1f170675e9a7640b2bf3f610a58709f, en de alinea staat in dat document op bytes 16904 tot 18248.