Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2016

Onder 2.8.1 Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1.

Voor zover de beweerde onbegrijpelijkheid hiermee wordt onderbouwd dat [verzoeker] c.s. hebben gesteld dat zij nog geen persoonsgegevens hebben ontvangen uit de hiervoor in 2.8 genoemde bescheiden, is er geen sprake van een goede onderbouwing van de gestelde onbegrijpelijkheid. Op die stukken heeft betrekking hetgeen het hof in rov. 7.12.9, tweede volzin overweegt. Dat komt per saldo hierop neer dat het hof de opvatting van de rechtbank deelt dat [verzoeker] c.s. met betrekking tot die stukken geen recht op inzage heeft. Bij dat oordeel kan niet met succes worden betoogd dat het oordeel in rov. 7.12.6 onbegrijpelijk is vanwege een beroep op die bescheiden en stukken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/535b7811187fc422a08e48e1388d3e1cc1f170675e9a7640b2bf3f610a58709f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 535b7811187fc422a08e48e1388d3e1cc1f170675e9a7640b2bf3f610a58709f, en de alinea staat in dat document op bytes 23899 tot 24587.