Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:10.

In het eerdere geval, dat heeft geleid tot het arrest van Uw Raad van 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ5986 ( [C] q.q./ [D] ) , had het Amsterdamse hof de vordering van de curator op de grondslagen van (onder meer) onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking afgewezen. In cassatie lag uitsluitend nog de grondslag van ongerechtvaardigde verrijking voor. Uw Raad oordeelde dat de vordering op deze grondslag niet toewijsbaar was nu de verrijking van de deelneemster in kwestie, gelet op het stelsel van art. 47 Fw, niet ongerechtvaardigd was ten opzichte van de gezamenlijke in hun verhaalsmogelijkheden benadeelde schuldeisers. Bij het stelsel van art. 47 Fw werd aangesloten omdat Uw Raad de betalingen aan deelneemster in dat geval kwalificeerde als betalingen “uit hoofde van de voldoening van een opeisbare schuld als bedoeld in art. 47 Fw.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017, en de alinea staat in dat document op bytes 48295 tot 49301.