Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:10.
De procedure in de thans voorliggende zaak curatoren/ [verweerder] was in appel aangehouden in afwachting van de uitkomst van de twee andere procedures. Nadat die hadden geresulteerd in het arrest van het hof van 11 september 2012 respectievelijk het arrest van Uw Raad van 28 oktober 2011, hebben curatoren hun vordering op de grondslag van ongerechtvaardigde verrijking expliciet gehandhaafd. Zij hebben daartoe benadrukt dat, anders dan in de twee andere zaken, in het onderhavige geval naar hun mening geen sprake was van betalingen ter voldoening van een opeisbare schuld. In zijn arrest van 16 september 2014 heeft het Amsterdamse hof dat standpunt echter niet gevolgd. Het heeft ook de betalingen door [betrokkene] aan deelnemer [verweerder] aangemerkt als betalingen uit hoofde van de voldoening van een opeisbare schuld in de zin van art. 47 Fw en, wederom met toepassing van het arrest HR 28 oktober 2011, de vordering op de grondslag van ongerechtvaardigde verrijking niet toewijsbaar geoordeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017, en de alinea staat in dat document op bytes 50013 tot 51098.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017 | shasum -a 256