Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:10.

Deze lezing vindt bevestiging in rov. 4.13, laatste volzin (‘voldoening van een opeisbare schuld is geen onverplicht verrichte rechtshandeling’) en in art. 4.14 (‘betalingen niet zonder oorzaak’). Genoemd oordeel is niet onbegrijpelijk noch ontoereikend gemotiveerd. Het hof heeft aldus, anders dan het subonderdeel stelt, in rov. 4.9 niet in het midden gelaten of er een rechtsgrond voor de betalingen bestond – die is er naar het gemotiveerde oordeel van het hof wel – en evenmin aangesloten bij het oordeel van de rechtbank dat het vertrouwen van [verweerder] aan toewijzing van de vordering uit onverschuldigde betaling ‘in de weg staat’ in dier voege dat zodanige vordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (vonnis, rov. 4.12).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017, en de alinea staat in dat document op bytes 65007 tot 65802.