Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:10.

Deze klachten falen wegens gebrek aan feitelijke grondslag, nu het arrest geen andere lezing toelaat dan dat het oordeel in rov. 4.10 is gebaseerd op hetgeen in rov. 4.13 en 4.15 is overwogen en het daarin vervatte oordeel van het hof niet gegrond is op de opvatting dat een Peeters/Gatzen-vordering niet kan worden ingesteld indien zij – zoals in het onderhavige geval – strekt tot vergoeding van schade op grond van ongerechtvaardigde verrijking ten koste van de gezamenlijke schuldeisers. Het hof heeft immers, in navolging van het arrest HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ5986, NJ 2012/495 m.nt. FMJV de vordering van curatoren in rov. 4.11-4.15 afgewezen op de grond dat, kort gezegd, de onderhavige verrijking van [verweerder] gelet op het wettelijk stelsel van art. 47 Fw niet ongerechtvaardigd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017, en de alinea staat in dat document op bytes 71011 tot 71837.