Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016
Onder 2.20 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:10.
Voor het geval rov. 4.14 moet worden gelezen in samenhang met rov. 4.13, waarin het hof heeft geoordeeld dat sprake was van (betalingen door [betrokkene] uit hoofde van de voldoening van een schuld die in de verhouding tussen [betrokkene] en [verweerder] heeft te gelden als) een opeisbare schuld (als bedoeld in art. 47 Fw), worden de tegen dat oordeel gerichte klachten van de subonderdelen 1.1 en 1.2 ook tegen rov. 4.14 (en rov. 4.15) gericht (nr. 52-53).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017, en de alinea staat in dat document op bytes 72602 tot 73074.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017 | shasum -a 256