Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016
Onder 2.21 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:10.
Ook de eerste klacht is tevergeefs voorgesteld. Volgens het arrest van Uw Raad van 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ5986, NJ 2012/495 m.nt. FMJV kan tot uitgangspunt worden genomen dat het bestaan van een aan de verrijking ten grondslag liggende (rechtsgeldige) overeenkomst tussen de verrijkte en de verarmde die verrijking in beginsel rechtvaardigt. Gelet op dat uitgangspunt en de voorafgaande rechtsoverwegingen rov. 4.9 en 4.13, waarin het hof had geoordeeld dat een rechtsgrond voor de betalingen bestond en de betalingen de voldoening van een opeisbare schuld betroffen (welke rechtsgrond en schuld voortvloeien uit de respectieve beleggingsovereenkomsten in samenhang met het daarop gebaseerde handelen van partijen), is het oordeel van het hof in rov. 4.14 dat, waar het de gestelde ongerechtvaardigde verrijking ten koste van [betrokkene] zelf betreft, geldt dat de betalingen niet als zonder oorzaak kunnen worden aangemerkt en dat de verrijking van [verweerder] als gevolg van deze beleggingsovereenkomst daardoor het karakter van een ongerechtvaardigde verrijking ontbeert, niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017, en de alinea staat in dat document op bytes 73346 tot 74496.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017 | shasum -a 256