Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Onder 2.25 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:10.

De vierde klacht signaleert dat het hof in rov. 4.9 niet de maatstaf vermeldt die het hof had moeten toepassen om tot het oordeel te komen dat de vordering van curatoren uit hoofde van onverschuldigde betaling niet toewijsbaar is, te weten dat de toewijzing c.q. het instellen van die vordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Indien het hof het in rov. 4.8 (derde zin) weergegeven verweer heeft gehonoreerd en/of het hof anderszins van oordeel is geweest dat de vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling niet toewijsbaar is op de (enkele) grond dat “de redelijkheid en billijkheid zich verzetten” tegen toewijzing/instelling van die vordering, heeft het hof een verkeerde maatstaf toegepast (nr. 73).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017, en de alinea staat in dat document op bytes 83626 tot 84460.