Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Onder 2.25 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:10.

Ten vijfde heeft het hof miskend dat het toewijzen althans instellen van een vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling (in beginsel) alleen dan naar maatstaven van redelijkheid onaanvaardbaar is (althans, kan zijn) op de grond dat degene die heeft betaald bij de ontvanger van de betaling het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat er een rechtsgrond voor de betaling bestond, indien (en voor zover) vaststaat dat de ontvanger, door terugbetaling (althans, door de verplichting om terug te betalen) van hetgeen hij heeft ontvangen in een nadeliger positie zou komen te verkeren dan wanneer de betaling niet zou hebben plaatsgevonden (nr. 74).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017, en de alinea staat in dat document op bytes 84470 tot 85211.