Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Onder 4.3. Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:10.

Met de grieven IV en VI betoogt de curator dat [verweerder] wist dan wel moest vermoeden dat de rendementsbetalingen die hij van [betrokkene] ontving niet op legale wijze konden worden behaald. Naar de mening van de curator hadden de beleggingstransacties tussen [betrokkene] en [verweerder] een zodanig ongebruikelijk karakter, zowel naar constructie ( [betrokkene] handelde als privé-persoon en voerde geen bedrijfsnaam, had geen btw-nummer, noch zakelijk briefpapier, verschafte evenmin enige documentatie met betrekking tot de beleggingen, terwijl, ten slotte, van een - voor [verweerder] kenbaar - ontbreken van een sluitende administratie sprake was), als naar risicoverdeling en naar voorgewend (exorbitant) rendement, dat [verweerder] had dienen te beseffen dat de hem toegezegde bedragen niet hun grondslag konden vinden in een deugdelijke beleggingsconstructie. [verweerder] moest, aldus de curator, met een redelijke mate van waarschijnlijkheid voorzien dat dergelijke opbrengsten niet anders dan uit door [betrokkene] georganiseerde zwendelpraktijken konden worden gegenereerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 936d39e7a9bc225334e9a15b9db47bb40723d1553b7861466e4732b08406a017, en de alinea staat in dat document op bytes 30705 tot 31808.