Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016
Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1002.
Indien de pandhouder een pandrecht heeft op een vordering mag hij het geïnde bedrag in mindering brengen op zijn vordering. De inningsbevoegdheid bevat voorts de bevoegdheid om de aan de verpande vordering verbonden afhankelijke rechten uit te oefenen, zoals een recht van hypotheek. Dit volgt uit het arrest Rabobank/Stormpolder , waarin het ging om een executoriaal derdenbeslag op een vordering waaraan een hypotheekrecht was verbonden. De Hoge Raad oordeelde dat de beslaglegger (de Rabobank) het aan de vordering verbonden hypotheekrecht kan uitoefenen in die zin dat hij bij de verdeling van de executieopbrengst voorrang krijgt boven de schuldeisers van de geëxecuteerde, omdat de beslaglegger op grond van art. 477 jo. 477a Rv zijn vordering op de geëxecuteerde kan verhalen door inning van de vordering van de geëxecuteerde op de derde-beslagene. Hiermee is volgens de Hoge Raad in overeenstemming dat de beslaglegger profiteert van de aan de beslagen vordering verbonden hypothecaire voorrang boven de andere schuldeisers die verhaal zoeken op het verhypothekeerde goed. Een andere opvatting zou tot ongerechtvaardigde verrijking van de andere schuldeisers ten koste van de geëxecuteerde leiden .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/834c1cab4a45ea2c194892c36074101f2d13507ea48cfe33a3341b3924e1136f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 834c1cab4a45ea2c194892c36074101f2d13507ea48cfe33a3341b3924e1136f, en de alinea staat in dat document op bytes 18334 tot 19720.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/834c1cab4a45ea2c194892c36074101f2d13507ea48cfe33a3341b3924e1136f | shasum -a 256