Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016
Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1002.
De wetgever lijkt hiermee het oog te hebben op beschikkingshandelingen, die in beginsel niet dienstig zijn aan de inning van de vordering. De pandhouder is tot die rechtshandelingen uit hoofde van zijn inningsbevoegdheid niet bevoegd. In de wetsgeschiedenis wordt het aanvragen van het faillissement van de schuldenaar niet genoemd als een bevoegdheid die bij de pandgever behoort te blijven. Of het de ondubbelzinnige bedoeling van de wetgever is geweest dat deze bevoegdheid bij de pandgever blijft is dan ook niet duidelijk. Wel kan worden gezegd dat het een bevoegdheid betreft die de pandgever diepgaand in zijn rechten en belangen kan treffen. Dit acht ik niet doorslaggevend: ook het uitoefenen van de inningsbevoegdheid kan de pandgever diepgaand treffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/834c1cab4a45ea2c194892c36074101f2d13507ea48cfe33a3341b3924e1136f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 834c1cab4a45ea2c194892c36074101f2d13507ea48cfe33a3341b3924e1136f, en de alinea staat in dat document op bytes 25733 tot 26573.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/834c1cab4a45ea2c194892c36074101f2d13507ea48cfe33a3341b3924e1136f | shasum -a 256