Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Onder 2.32. Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1003.

Ik meen dus dat ook onderdeel IV niet slaagt. Daarbij ben ik mij ervan bewust dat ik daarbij zowel uitga van een welwillende lezing van het arrest van het hof (volgens welke de overwegingen van het hof omtrent de door [verweerders] gebezigde grondslagen overwegingen ten overvloede zijn) als van een beperkte opvatting van het verbod van aanvullen van feitelijke gronden van art. 24 Rv. Het eerste lijkt mij passen bij de inhoud van de zaak (een agrarische bestemming van een onroerende zaak die is verkocht tegen een prijs die past bij een gewone woonbestemming) en het laatste lijkt mij ook los van de onderhavige zaak alleszins geëigend met het oog op een voldoende effectieve naleving van het gebod van het aanvullen van rechtsgronden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a74faa5d8d7d7962871fb4908d957079dae1c74fe9671c1b111f0480a3a6933b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a74faa5d8d7d7962871fb4908d957079dae1c74fe9671c1b111f0480a3a6933b, en de alinea staat in dat document op bytes 50830 tot 51584.