Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Onder 3.6.4 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1003.

Gelet op het voorgaande, en voorts met het oog op de rechtszekerheid en de hanteerbaarheid van art. 7:15 lid 1 BW, moet daarom aangenomen worden dat slechts sprake is van een ‘bijzondere’ publiekrechtelijke last of beperking, indien deze haar grondslag vindt in een specifiek (mede) tot (een rechtsvoorganger van) de rechthebbende van de desbetreffende zaak gericht besluit. In zoverre wordt derhalve teruggekomen van de in het arrest [A/B] geformuleerde maatstaf. Het is redelijk de verkoper te belasten met de in verband hiermee door art. 7:15 BW op hem gelegde risico’s, nu dergelijke besluiten ingevolge art. 3:41 Awb in beginsel door toezending of uitreiking aan de belanghebbende zelf (de rechthebbende van de desbetreffende zaak) bekendgemaakt dienen te worden; deze kan dus bij verkoop van de zaak geacht worden op de hoogte te zijn van de uit dat besluit voortvloeiende lasten en beperkingen, terwijl de koper daarmee doorgaans niet (zonder meer) bekend zal zijn. (…)’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a74faa5d8d7d7962871fb4908d957079dae1c74fe9671c1b111f0480a3a6933b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a74faa5d8d7d7962871fb4908d957079dae1c74fe9671c1b111f0480a3a6933b, en de alinea staat in dat document op bytes 17162 tot 18162.