Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Onder 2.30. Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1003.

Terug naar de zaak: klaagt uitgaande van de hiervoor verdedigde beperkte lezing van art. 24 Rv het middel terecht dat het hof feitelijke gronden heeft aangevuld? Het hof heeft met zijn beslissing dat de vordering ook op grond van dwaling toewijsbaar is, mijns inziens een verrassingsbeslissing gegeven en aldus hoor en wederhoor (art. 19 Rv) geschonden. Maar dáárover klaagt het middel niet. Het middel klaagt er wel omstandig over dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat [verweerders] naast art. 7:15 BW ook dwaling als grondslag heeft aangevoerd, maar, zoals gezegd, dat zou ik willen opvatten als overwegingen ten overvloede. In het slot van de laatste alinea van onderdeel IV.1 voert het middel nog aan dat [verweerders] de feiten en omstandigheden die nodig zijn voor een dwalingsberoep niet hebben ingeroepen ter onderbouwing van hun vordering op grond van de bestemmingskwestie. In zoverre voldoet het middel mijns inziens niet aan de vereisten van art. 407 lid 2 Rv, meer concreet het vereiste dat het met bepaaldheid en precisie dient aan te geven tegen welk gedeelte van de uitspraak het opkomt en waarom daarin het recht is geschonden dan wel waarom de motivering van de uitspraak tekortschiet. Het middel benoemt immers niet op welke voor toewijzing op grond van dwaling benodigde feiten en omstandigheden het doelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a74faa5d8d7d7962871fb4908d957079dae1c74fe9671c1b111f0480a3a6933b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a74faa5d8d7d7962871fb4908d957079dae1c74fe9671c1b111f0480a3a6933b, en de alinea staat in dat document op bytes 49104 tot 50581.