Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1006.

Onderdelen 1a en 1b komen op tegen de overweging in rov. 3.6.6 dat partijen in het onderhavige geval met de vaststellingsovereenkomst hebben beoogd de opeisbaarheid van eventuele toekomstige schade afhankelijk te maken van een – opschortende – voorwaarde (namelijk: een belangrijke afwijking ten opzichte van de situatie en de invalidering als beschreven in het rapport van dr. Raat). Met die overweging zou het hof ten onrechte de grondslag van de vordering respectievelijk het verweer van [verweerder] hebben aangevuld. [verweerder] zou namelijk niet (althans pas in de memorie van antwoord in het incidenteel appel) hebben aangevoerd dat sprake is van een opschortende voorwaarde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c, en de alinea staat in dat document op bytes 57687 tot 58436.