Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Onder 4.11 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1006.

In onderdeel 1 van het cassatiemiddel staat de vraag centraal wanneer de verjaringstermijn van 20 jaar van art. 3:307 lid 2 BW is aangevangen. Op grond van de wettekst is hiervoor bepalend op welk moment opeising van de vordering tot nakoming op zijn vroegst mogelijk is geworden. Bij de uitleg van dit criterium komt betekenis toe aan de inhoud en strekking van de verjaringsregeling van art. 3:307 lid 2 BW. Ik ga daarom nader op die verjaringsregeling in.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c, en de alinea staat in dat document op bytes 71615 tot 72086.