Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Onder 4.12 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1006.
De verjaringsregeling van art. 3:307 lid 2 BW betreft verbintenissen tot nakoming na onbepaalde tijd. Deze regeling ziet juist niet op iedere verbintenis zonder een uitdrukkelijke bepaling over het tijdstip voor nakoming. Het tijdstip voor nakoming kan immers ook voortvloeien uit de wet, de gewoonte of de redelijkheid en billijkheid. Mocht op die manier geen tijdstip voor nakoming kunnen worden vastgesteld, dan is het uitgangspunt dat terstond nakoming van de verbintenis kan worden gevorderd (art. 6:38 BW). Het enkele ontbreken van een uitdrukkelijke bepaling over het tijdstip voor nakoming rechtvaardigt dus niet de slotsom dat sprake is van een verbintenis tot nakoming na onbepaalde tijd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c, en de alinea staat in dat document op bytes 72182 tot 73085.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c | shasum -a 256