Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Onder 4.16 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1006.
“Dit laatste zou tot gevolg kunnen hebben dat rechtsvorderingen ter zake van verbintenissen als de onderhavige in het geheel niet voor verjaring vatbaar zouden zijn. Dit laatste is evenwel ongewenst. Zo zal men van een in een nalatenschap aangetroffen schuldbekentenis die van twintig of meer jaren geleden stamt, terwijl niet van enige erkenning van de schuld nadien blijkt, veilig moeten kunnen aannemen dat geen nakoming meer kan worden gevorderd. Met het oog op dit een en ander is in het tweede lid van artikel 3.11.11 de bepaling toegevoegd dat de rechtsvordering tot nakoming van verbintenissen als de onderhavige in ieder geval verjaart twintig jaren na de aanvang van de dag “waartegen opeising op zijn vroegst mogelijk was.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c, en de alinea staat in dat document op bytes 76811 tot 77628.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c | shasum -a 256