Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Onder 5.10 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1006.
[verweerder] heeft in eerste aanleg onder meer het volgende aangevoerd (cva 29 en 48): “De vordering van [verweerder] op grond van het voorbehoud was niet al met het sluiten van de vaststellingsovereenkomst opeisbaar. Eerst moesten de in het voorbehoud genoemde omstandigheden zijn verwezenlijkt, namelijk het intreden van de in het voorbehoud bedoelde schade als gevolg van het ongeval. (…) Een juiste uitleg van de vaststellingsovereenkomst kan derhalve niet tot een andere conclusie leiden dan dat partijen de bedoeling hadden een voorbehoud voor onbepaalde termijn op te nemen in de overeenkomst voor het geval [verweerder] op enig moment een toename van klachten zou ervaren. Toen één en ander zich voordeed in 2007 heeft [verweerder] zich direct gemeld bij MVG.” Volgens [verweerder] is de vordering op grond van het voorbehoud dus pas opeisbaar geworden toen hij in 2007 bekend werd met het intreden van de in het voorbehoud bedoelde schade.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c, en de alinea staat in dat document op bytes 90185 tot 91200.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c | shasum -a 256