Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Onder 5.11 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1006.
De rechtbank heeft [verweerder] gevolgd in zijn standpunt dat partijen hebben beoogd dat het moment van opeisbaarheid van de vordering in de toekomst ligt (rov. 4.9). De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat de verjaringstermijn van 20 jaar is gaan lopen op het moment dat [verweerder] in 2007 bekend werd met de schade (rov. 4.11). Volgens de rechtbank heeft [verweerder] deze schade op grond van de vaststellingsovereenkomst pas op dat moment kunnen opeisen (rov. 4.11). De rechtbank is aldus gekomen tot afwijzing van de in conventie gevorderde verklaring voor recht dat de vordering is verjaard (rov. 4.12).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c, en de alinea staat in dat document op bytes 91280 tot 91907.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c | shasum -a 256