Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Onder 5.12 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1006.

NBM heeft tegen dit oordeel over de verjaring en de daarop gegronde afwijzing van de vordering in conventie incidenteel hoger beroep ingesteld (grieven 3-5). Dat betekent dat bij het hof de vraag voorlag of het voorbehoud pas opeisbaar is geworden op het moment dat [verweerder] in 2007 bekend werd met het intreden van de in het voorbehoud bedoelde schade. Overigens maakt die vraag ook om een andere reden deel uit van de rechtsstrijd in hoger beroep. De afwijzing van de vordering in conventie brengt mee dat de onbehandelde of verworpen stellingen van [verweerder] in conventie op grond van de positieve zijde van de devolutieve werking van het hoger beroep deel uitmaken van de rechtsstrijd in het incidenteel appel. Dit geldt ook voor het betoog van [verweerder] dat het voorbehoud pas opeisbaar is geworden toen hij in 2007 bekend werd met het intreden van de in het voorbehoud bedoelde schade.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c, en de alinea staat in dat document op bytes 91987 tot 92966.