Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Onder 5.18 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1006.
Ook deze klachten treffen geen doel. Zij miskennen dat het hof zijn oordeel over het tijdstip van opeisbaarheid heeft gegrond op een uitleg van de overeenkomst en het daarin opgenomen voorbehoud. In rov. 3.6.6 heeft het hof op grond van de vaststellingsovereenkomst en het daarin opgenomen voorbehoud geoordeeld dat de vordering van [verweerder] op zijn vroegst opeisbaar was toen hij in 2007 bekend werd met de schade. Dit oordeel bouwt voort op het (ook in rov. 3.6.6 gegeven) oordeel dat partijen met de vaststellingsovereenkomst beoogden de opeisbaarheid van eventuele toekomstige schade afhankelijk te maken van een – opschortende – voorwaarde (namelijk: een belangrijke afwijking ten opzichte van de situatie als beschreven in het rapport van dr. Raat).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c, en de alinea staat in dat document op bytes 97699 tot 98476.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c | shasum -a 256