Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Onder 5.21 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1006.

Gelet op deze uitleg van de overeenkomst is onjuist noch onbegrijpelijk dat het hof het moment van eerste opeisbaarheid van het voorbehoud heeft gesteld op de dag dat [verweerder] bekend werd met een belangrijke afwijking ten opzichte van de situatie beschreven in het rapport van dr. Raat. Een onvervulde opschortende voorwaarde staat immers aan de opeisbaarheid van de verbintenis in de weg (hiervoor onder 4.17). De wetsgeschiedenis bij art. 3:307 lid 2 BW bevestigt dat het moment van eerste opeisbaarheid zich niet voordoet zolang nog sprake is van een verbintenis onder een (onvervulde) opschortende voorwaarde (hiervoor onder 4.18).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c, en de alinea staat in dat document op bytes 99996 tot 100649.