Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Onder 1.12 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1006.

“3.3 De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van verjaring van een vordering tot schadevergoeding als bedoeld in artikel 3:310 BW, zoals NBM aanvoert, maar van verjaring van een vordering tot nakoming als bedoeld in artikel 3:307 lid 2 BW. De rechtbank is van oordeel dat de vaststellingsovereenkomst aldus moet worden gelezen dat NBM namens MVG naast aansprakelijkheid voor de destijds vastgestelde ongevalsgevolgen – voor het toen gefixeerde bedrag – tevens aansprakelijkheid heeft erkend voor de financiële gevolgen van de betrokken aanrijding die zich in de toekomst zouden manifesteren en die zouden voldoen aan het in de vaststellingsovereenkomst omschreven criterium. Aldus is er aan de zijde van NBM/MVG sprake van een verbintenis tot nakoming na onbepaalde tijd. In een dergelijk geval loopt de verjaringstermijn van de aanvang van de dag, volgend op die waartegen de schuldeiser heeft meegedeeld tot opeising over te gaan. De rechtsvordering verjaart dan in elk geval door verloop van 20 jaren na de aanvang van de hiervoor bedoelde dag. [verweerder] heeft onweersproken gesteld dat zodanige mededeling door hem is gedaan bij brief van 23 juni 2008. Dit leidt tot de conclusie dat de door [verweerder] gepretendeerde vordering niet is verjaard.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c, en de alinea staat in dat document op bytes 14342 tot 15693.