Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1006.
De rechtbank heeft op 27 februari 2013 eindvonnis gewezen (ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ2901). De rechtbank heeft zowel het gevorderde in conventie als het gevorderde in reconventie afgewezen. De rechtbank heeft de vordering in conventie op de volgende gronden afgewezen. Uit de vaststellingsovereenkomst kan worden afgeleid dat partijen er vanuit gingen dat vooralsnog geen verdere schade opeisbaar was en dat de opeisbaarheid van (een vordering gebaseerd op) het voorbehoud in de toekomst zou liggen (rov. 4.9-4.10). De verjaringstermijn van 20 jaar van art. 3:307 lid 2 BW is dus pas gaan lopen vanaf de dag in 2007 dat [verweerder] met de nadere schade bekend is geraakt (rov. 4.11). De primaire vordering wordt daarom afgewezen. De subsidiaire vordering wordt afgewezen, omdat het de rechtbank niet vrij staat vooruit te lopen op mogelijke bewijslevering ter zake van een vordering (in casu dus de vordering van [verweerder] ) (rov. 4.13). De rechtbank heeft de afwijzing van de vorderingen in conventie als volgt gemotiveerd:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c, en de alinea staat in dat document op bytes 20758 tot 21795.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c | shasum -a 256