Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1006.
i) op zichzelf is juist dat [verweerder] in 1985 theoretisch de in het voorbehoud voorziene toekomstige schade had kunnen opeisen, maar uit de tekst van de vaststellingsovereenkomst leidt de rechtbank af dat partijen er toen vanuit gingen dat er, buiten de toekomstige schade waarmee in de overeenkomst rekening was gehouden, geen toekomstige schade was; partijen spraken toen af dat als er in de toekomst nog een bepaalde schade zou blijken, [verweerder] deze dan nog zou kunnen opeisen, zodat zij beoogden dat de vordering niet direct, maar in de toekomst opeisbaar zou zijn (r.o. 4.9);
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c, en de alinea staat in dat document op bytes 25107 tot 25708.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c | shasum -a 256