Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1006.
“3.6.5. NBM merkt terecht op dat uit de tekst van art. 3:307 lid 2 BW volgt dat in dit geval voor de aanvang van de verjaringstermijn bepalend is op welk moment de opeising van de vordering door [verweerder] “op zijn vroegst mogelijk was”. Zowel [verweerder] als NBM beroepen zich voor de uitleg van deze woorden op de parlementaire geschiedenis bij art. 3:307 lid 2 BW (Inv. Wet Boek 3, p. 1410-1411). Daarin staat, voor zover thans van belang:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c, en de alinea staat in dat document op bytes 37542 tot 38006.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13e96f8a1e12d9107688ec037b8472a2d8bba046a9edcab85091429f7ee3628c | shasum -a 256