Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 augustus 2016
Onder 7.3. Parket bij de Hoge Raad 23 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1013.
In tegenstelling tot de steller van het middel ben ik van oordeel dat een bijzondere voorwaarde zoals hier gelegd wel past binnen de grenzen van artikel 14c lid 2 onder 14 Sr, omdat zij het gedrag van de veroordeelde betreft in die zin dat het gaat om een gedraging waartoe de veroordeelde uit het oogpunt van maatschappelijk betamelijkheid gehouden is. Daarbij is in aanmerking te nemen dat verdachte het geld van de rekening van de gedupeerde heeft overgeschreven in 2010 en nog niet eens een begin heeft gemaakt met terugbetaling van hetgeen hij wederrechtelijk heeft ontvreemd. Op zijn minst had hij kunnen bewerkstelligen dat de auto die van het geleende geld is gekocht te gelde zou worden gemaakt om de schuld deels te delgen. Bij de strafoplegging heeft het hof bijzonder de nadruk gelegd op de schending van het vertrouwen dat de bejaarde buurvrouw in verdachte stelde, van welk vertrouwen hij misbruik heeft gemaakt. Het strafbaar feit is onlosmakelijk verbonden met de lening die verdachte heeft gekregen en daarmee staat ook de bijzondere voorwaarde in verband met het feit waarvoor verdachte is veroordeeld. Van een verkapte toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en een verkapte oplegging van een schadevergoedingsmaatregel voor de feiten waarvan verdachte nu juist is vrijgesproken is dus geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14d6f3f9de188593aa3a0b72618f2fb625680f786c4b1a8dbbd76abc641ebb61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14d6f3f9de188593aa3a0b72618f2fb625680f786c4b1a8dbbd76abc641ebb61, en de alinea staat in dat document op bytes 34742 tot 36085.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/14d6f3f9de188593aa3a0b72618f2fb625680f786c4b1a8dbbd76abc641ebb61 | shasum -a 256