Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016

Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1015.

‘Als een huwelijksgemeenschap mag slechts een huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap worden aangemerkt, derhalve niet een tussen echtelieden bestaande gemeenschap die berust op een andere grondslag dan het op grond van de wet of huwelijkse voorwaarden tussen de echtgenoten bestaande goederenstelsel. Een gemeenschap tussen echtgenoten die met uitsluiting van iedere gemeenschap zijn gehuwd, is derhalve niet een huwelijksgemeenschap maar een eenvoudige gemeenschap, een gemeenschap derhalve, waarop reeds van de aanvang af en dus niet eerst vanaf het tijdstip van de ‘ontbinding’ de bepalingen van 3.7.1 toepasselijk zijn en waarop na het tijdstip van de ‘ontbinding’ niet afd. 3.7.2 toepassing zal vinden. Onder het tijdstip van ‘ontbinding’ versta ik dan het tijdstip waarop de gemeenschap in het geval dat zij zou zijn aan te merken als een huwelijksgemeenschap in de zin van art. 3:189 BW, zou zijn ontbonden. De rechtsverhouding tussen de deelgenoten, te weten het tussen hen bestaande huwelijk, zal de rechtsgevolgen van de (eenvoudige) gemeenschap nader bepalen’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00011a2d78e68f30091684023dbf64ca2d7beee3cf42aaba3b5187ad22874afa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00011a2d78e68f30091684023dbf64ca2d7beee3cf42aaba3b5187ad22874afa, en de alinea staat in dat document op bytes 35141 tot 36308.