Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016

Onder 2.25 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1015.

Het hof heeft in rov. 24 van het tussenarrest overwogen dat in het geval aan echtgenoten gezamenlijk vermogen toebehoort geen verplichting bestaat tot het afleggen van rekening en verantwoording van de ene echtgenoot aan de andere op grond van, kort gezegd, de binnen het huwelijk bestaande lotsverbondenheid. Deze lotsverbondenheid geldt ook ten aanzien van het beheer van goederen die de echtgenoten in gezamenlijk eigendom hebben. De rechtsverhouding die tussen de deelgenoten van de eenvoudige gemeenschap bestaat, zoals in casu hun huwelijk, bepaalt in dat geval welke rechtsgevolgen (genot, gebruik, beheer, beschikkingsbevoegdheid) aan die eenvoudige gemeenschap zijn verbonden. Afspraken tussen de deelgenoten en de eisen van redelijkheid en billijkheid geven inhoud aan de rechtsverhouding tussen partijen, waarbij de aard van de gemeenschap zich zal doen gevoelen. In dit licht bezien, behoefde het hof niet nader op de door de vrouw aangevoerde stellingen te responderen. Voor het overige is het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk. De klacht faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00011a2d78e68f30091684023dbf64ca2d7beee3cf42aaba3b5187ad22874afa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00011a2d78e68f30091684023dbf64ca2d7beee3cf42aaba3b5187ad22874afa, en de alinea staat in dat document op bytes 41196 tot 42282.