Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016

Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1015.

In het algemeen kan worden gesteld dat op basis van art. 3:169 BW iedere deelgenoot bevoegd is tot het gebruik van een gemeenschappelijk goed, mits dit gebruik met het recht van de overige deelgenoten te verenigen is. Tegelijkertijd delen de deelgenoten in beginsel naar evenredigheid van hun aandelen in de vruchten en andere voordelen die het gemeenschappelijk goed oplevert en moeten zij in dezelfde evenredigheid bijdragen tot de uitgaven die voortvloeien uit handelingen welke bevoegdelijk ten behoeve van de gemeenschap zijn verricht (art. 3:172 BW). Het kan echter voorkomen dat niet alle deelgenoten in gelijke mate gebruik kunnen maken van het gemeenschappelijke goed, in welk geval het evenwicht hersteld kan worden door het betalen van een gebruiksvergoeding. Dit volgt ook uit de tekst van art. 3:169 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00011a2d78e68f30091684023dbf64ca2d7beee3cf42aaba3b5187ad22874afa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00011a2d78e68f30091684023dbf64ca2d7beee3cf42aaba3b5187ad22874afa, en de alinea staat in dat document op bytes 50015 tot 50908.