Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1015.

Hieruit volgt dat, tenzij een regeling anders bepaalt, de partij die gebruik maakt van een gemeenschappelijk goed in dat geval de verplichting heeft om aan de andere partij de helft van de waarde van het gebruik als vergoeding voor gederfd genot of gebruik te betalen. Bij het toekennen van een gebruiksvergoeding dient de redelijkheid en billijkheid tot maatstaf, welke maatstaf op de rechtsbetrekkingen tussen de deelgenoten van toepassing is (zie art. 3:166 lid 3 BW jo art. 6:2 BW). De maatstaf van de redelijkheid en billijkheid speelt ook een rol bij de verplichting van art. 3:172 BW om naar evenredigheid bij te dragen aan de uitgaven ten behoeve van de gemeenschap. Voor zover het onderdeel ertoe strekt te betogen dat het hof ten onrechte art. 3:172 BW buiten toepassing heeft gelaten, faalt het bij gebrek aan feitelijke grondslag. Voor zover het onderdeel ertoe strekt te betogen dat het hof zijn beslissing nader had moeten motiveren, wordt miskend dat het door het hof gegeven oordeel een rechtsoordeel bevat dat niet met een motiveringsklacht kan worden bestreden. De eerste klacht faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00011a2d78e68f30091684023dbf64ca2d7beee3cf42aaba3b5187ad22874afa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00011a2d78e68f30091684023dbf64ca2d7beee3cf42aaba3b5187ad22874afa, en de alinea staat in dat document op bytes 52880 tot 54133.