Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016
Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1015.
In cassatie staat vast dat de onroerende zaak te [plaats A] betrekking heeft op de ondergrond met daarop gelegen een niet afgebouwde woning. In dat geval kan moeilijk worden gesproken van gebruik van de woning in de zin van het zich bedienen van de woning met als doel daarin te wonen. Bij een woning in aanbouw zal het genot daarvan (de mogelijkheid van bewoning) afhankelijk zijn van de fase waarin de bouw zich bevindt en de voortgang die daarmee wordt gemaakt. Niet in geschil is de vraag of de man in de woning te [plaats A] verblijft, aangezien partijen het erover eens zijn dat de man in het woonhuis te [woonplaats] verblijft en niet te [plaats A] . Dat de man in de woning te [plaats A] verbleef of verblijft en het uitsluitend gebruik van de woning had, is ook geenszins door de vrouw gesteld. Zij heeft immers met betrekking tot het woonhuis in [woonplaats] gesteld: ‘De vrouw merkt op dat de man, die in het huis is blijven wonen, nooit goed onderhoud aan het huis heeft gedaan’. Met betrekking tot het woonhuis in [plaats A] heeft de vrouw gesteld: ‘Na het minimaal voldoen van de reeds aangegane verplichtingen heeft de man het restant depot terug laten vallen aan de bank en staat het huis thans onafgebouwd te vervallen’. In dit licht bezien is rov. 45 van het hof onbegrijpelijk en slaagt de klacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00011a2d78e68f30091684023dbf64ca2d7beee3cf42aaba3b5187ad22874afa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00011a2d78e68f30091684023dbf64ca2d7beee3cf42aaba3b5187ad22874afa, en de alinea staat in dat document op bytes 54560 tot 56089.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00011a2d78e68f30091684023dbf64ca2d7beee3cf42aaba3b5187ad22874afa | shasum -a 256