Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1018.

Het onderdeel neemt tot uitgangspunt dat de bewijslastverdeling van rechtbank en hof de door [verweerder 1] aan zijn vordering ten grondslag gelegde stelling betreft dat [verzoekster] bij de bouw van de kelder zou zijn tekortgeschoten, welke stelling door [verzoekster] gemotiveerd is betwist. Dit is evenwel onjuist omdat het hof, met de rechtbank, in rov. 3.4 tot uitgangspunt heeft genomen dat indien [verzoekster] zonder uitdrukkelijke goedkeuring door of namens de constructeur de wanden heeft aangebracht, hij, in ieder geval mede, aansprakelijk is voor de gevolgen van de omstandigheid dat is gebouwd op een wijze die geen waterdichtheid kon garanderen en voorts dat tussen partijen vaststaat dat de constructeur de wapening niet heeft gecontroleerd. Bij die stand van zaken is het verweer van [verzoekster] dat hij telefonisch van [betrokkene 1] of [betrokkene 2] had vernomen dat de tekeningen waren goedgekeurd en dat hij erop mocht vertrouwen dat de constructeur de wapening had nagerekend en had bevonden dat deze, in combinatie met de voorgestelde coating, voldoende was om de waterdichtheid van de kelderwanden te garanderen, een bevrijdend verweer , zodat rechtbank en hof [verzoekster] terecht hebben belast met het - door hem aangeboden - bewijs daarvan .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/075187a85987bf21f2a6435ad424149426b33b122dcd68314a077d8a74eec1ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 075187a85987bf21f2a6435ad424149426b33b122dcd68314a077d8a74eec1ef, en de alinea staat in dat document op bytes 21408 tot 22884.