Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016

Onder 3.27 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1021.

Voor zover het beroep op het relativiteitsvereiste door [eisers] betrekking heeft op de eerste vraag, of [eiser 1] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [verweerster], ligt een bevestigende beantwoording van die vraag besloten in ’s hofs arrest. Het hof heeft in rov. 3.11 en 3.12 immers eerst uitvoerig stilgestaan bij de vraag of op [eiser 1] een zorgplicht jegens [verweerster] rustte en, na een bevestigend beantwoording van die vraag, in rov. 3.20 geoordeeld dat [eiser 1] die zorgplicht heeft geschonden. Daarmee is gegeven dat [eiser 1] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [verweerster], zodat in zoverre aan het vereiste van relativiteit is voldaan. De overwegingen betreffende de relativiteit zijn hier verweven in de (ongeschreven) zorgvuldigheidsnorm, zoals ook in de rechtspraak van de Hoge Raad soms voorkomt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57d6361b0abbb2555b3c132b954908e87c809e8763c3016b00f7c9320bbdcc93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57d6361b0abbb2555b3c132b954908e87c809e8763c3016b00f7c9320bbdcc93, en de alinea staat in dat document op bytes 57533 tot 58467.