Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016

Onder 3.32 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1021.

In rov. 2.5 en 2.6 van het eindarrest van 16 juni 2015 heeft het hof overwogen – samengevat – dat het twijfelachtig is of [verweerster] in de hypothetische situatie (de onrechtmatige daad van [eisers] weggedacht) een hoger bedrag voor haar aandelen zou hebben ontvangen, maar dat dit niet betekent dat het hof de mogelijkheid van schade op dit punt niet aannemelijk acht, zodat de vordering tot schadevergoeding op te maken bij staat toewijsbaar is. Dat geldt ook voor de door [verweerster] aangevoerde schade op het punt van de extra kosten van rechtskundige bijstand, zo overweegt het hof. In dit oordeel ligt besloten dat een nadere beoordeling van de causaliteitsvraag – waaronder dus begrepen de hiermee nauw verband houdende vragen van relativiteit – nader aan de orde dient te komen in de schadestaatprocedure en niet in de weg staat aan toewijzing van de gevorderde schadevergoeding op te maken bij staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57d6361b0abbb2555b3c132b954908e87c809e8763c3016b00f7c9320bbdcc93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57d6361b0abbb2555b3c132b954908e87c809e8763c3016b00f7c9320bbdcc93, en de alinea staat in dat document op bytes 65479 tot 66448.