Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016
Onder 3.40 Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1021.
Klaarblijkelijk heeft het hof hier bedoeld te zeggen dat niet vaststaat dat [verweerster] in de hypothetische situatie (de situatie dat [eiser 1] géén normschending jegens [verweerster] zou hebben gepleegd) een hogere koopsom voor de aandelen had gekregen, omdat (a) niet vast staat dat [betrokkene 2] het rapport niet toch zou hebben gebruikt voor een aandelenwaardering ten behoeve van aankoop van de aandelen, (b) niet vast staat dat de aandelen meer waard waren en (c) niet vast staat dat [betrokkene 2] de aandelen voor een hogere prijs had willen verwerven. Zoals bij onderdeel 3 is besproken, zal dit causaliteitsverweer in de schadestaatprocedure moeten worden behandeld, tezamen met het hiermee nauw verbonden relativiteitsverweer. Om deze reden bestaat er geen belang bij de klacht over de onduidelijkheid van de betreffende zin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57d6361b0abbb2555b3c132b954908e87c809e8763c3016b00f7c9320bbdcc93. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57d6361b0abbb2555b3c132b954908e87c809e8763c3016b00f7c9320bbdcc93, en de alinea staat in dat document op bytes 70907 tot 71796.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/57d6361b0abbb2555b3c132b954908e87c809e8763c3016b00f7c9320bbdcc93 | shasum -a 256