Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Onder 4.2. Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1029.

Gezien het voorgaande heeft klager naar het oordeel van de rechtbank - anders dan door de raadsman betoogd - opgetreden in zijn hoedanigheid van advocaat en betreft het handelen van klager de kern van de werkzaamheden van een advocaat. Klager heeft tot nu toe een beroep gedaan op zijn zwijgrecht en medeverdachte [medeverdachte] kan zich niets herinneren of stelt geen weet te hebben van de opgestelde stukken. Nu er geen andere, minder ingrijpende mogelijkheden zijn om achter de waarheid te komen, is daarmee voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De maatschappelijke functie van advocaat brengt met zich dat in het maatschappelijk verkeer vertrouwd moet kunnen worden op de door hem opgestelde, ondertekende en verzonden stukken. Zou bewezen worden verklaard dat klager zich in het kader van de uitoefening van zijn ambt schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte in het financieel belang van zijn cliënt, dan zou dat ernstig afbreuk doen aan het ambt van advocaat en de maatschappelijke functie van de advocaat in het algemeen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c871d633a0fe9face0f94e54cf2991bff117a12eae9e63e5cca82fe4ea6ad94c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c871d633a0fe9face0f94e54cf2991bff117a12eae9e63e5cca82fe4ea6ad94c, en de alinea staat in dat document op bytes 22916 tot 23992.