Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Onder 5.4. Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1029.

Iets anders is of het bedoelde oordeel tot de (gedeeltelijke) ongegrondverklaring van het klaagschrift dient te leiden. Het komt mij voor dat de rechtbank in gevallen als de onderhavige, waarin zij constateert dat een persoon met de bevoegdheid tot verschoning een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv heeft ingediend tegen de inbeslagneming (onder hem of onder een derde) van stukken waarover de rechter-commissaris nog niet op de voet van art. 98 lid 1 Sv heeft beslist, de behandeling van het klaagschrift in raadkamer dient aan te houden, met verwijzing van de zaak naar de rechter-commissaris ten einde (binnen een al dan niet door de rechtbank bepaalde termijn) te beslissen als in art. 98 lid 1 Sv bepaald. Indien die beslissing in het voordeel van de klager uitvalt, zal hij in diens ex art. 552a Sv ingediende klaagschrift, mocht hij dat niet hebben ingetrokken, bij gebrek aan belang niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. In het andere geval zal diens klaagschrift moeten worden verstaan als een klaagschrift ex art. 98 lid 4 Sv tegen de beschikking van de rechter-commissaris.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c871d633a0fe9face0f94e54cf2991bff117a12eae9e63e5cca82fe4ea6ad94c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c871d633a0fe9face0f94e54cf2991bff117a12eae9e63e5cca82fe4ea6ad94c, en de alinea staat in dat document op bytes 32556 tot 33665.