Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016
Onder 6.32 Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1035.
Op basis van deze feiten en omstandigheden, die voornamelijk betrekking hebben op de financiële positie van belanghebbende, komt het Hof tot het oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een (individuele en) buitensporige last. Uit de rechtspraak van het EHRM leid ik echter af dat bij de proportionaliteitstoets álle omstandigheden van het geval moeten worden afgewogen. De financiële positie van belanghebbende kan één van die omstandigheden zijn. Andere omstandigheden waarmee rekening moet worden gehouden zijn onder meer de in de door Tjepkema gegeven vuistregels (zie punt 6.6 van deze conclusie) terugkomende omstandigheden zoals de ernst van de schending, (de afwezigheid van) een aangeboden schadevergoeding, rechtsonzekerheid en gerechtvaardigde verwachtingen en de mogelijkheid tot het aanwenden van rechtsmiddelen. Meer concreet kan in de onderhavige zaak worden gedacht aan de wijze waarop de nieuwe regelgeving is geïmplementeerd, de compenserende maatregelen die zijn getroffen, de reeds bestaande regulering van de kansspelautomatenbranche en de wijze waarop belanghebbende heeft gereageerd of kon reageren op de veranderde belastingheffing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2be13e2bfe9dd51998cab47919afca2a929cbd65015997a0e790bbf1ed92794d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2be13e2bfe9dd51998cab47919afca2a929cbd65015997a0e790bbf1ed92794d, en de alinea staat in dat document op bytes 96340 tot 97585.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2be13e2bfe9dd51998cab47919afca2a929cbd65015997a0e790bbf1ed92794d | shasum -a 256