Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016

Onder 5.2. Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1043.

In art. 449 lid 1 Sr is bepaald dat “partijen” de bedienaar van de godsdienst moeten “hebben doen blijken dat hun huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand is voltrokken”. Als gezegd sluit de bepaling op dit punt aan bij art. 1:68 BW, dat luidt: “Geen godsdienstige plechtigheden zullen mogen plaats hebben, voordat de partijen aan de bedienaar van de eredienst zullen hebben doen blijken, dat het huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand is voltrokken.” Uit dit samenstel lijkt te volgen dat op de bedienaar van de godsdienst een positieve verplichting wordt opgelegd: hij zal zich dienen te vergewissen van het feit van het eerdere burgerlijk huwelijk. Op welke wijze kan hem dan “blijken” van de huwelijksvoltrekking? Art. 1:78 BW luidt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ebb01d808addf41375ccba19d7f22283617de67747bb52eff641d5bf0753ed1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ebb01d808addf41375ccba19d7f22283617de67747bb52eff641d5bf0753ed1, en de alinea staat in dat document op bytes 44772 tot 45589.